Sunday 05 September 2010

Een aantal weken geleden is er een boommarter binnengebracht die een aanrijding met een auto had overleefd. Het bos waar het dier vandaan kwam is het Kuinrebos waar ongeveer 15 boommarters leven.

 

 
Wat te doen bij:

Vanwege de sneeuwval en bevroren vijvers en sloten kunnen veel vogels geen of te weinig voedsel vinden, en kunnen hierdoor in de problemen raken.

In de aanloop naar de winter hebben de meeste vogels wel een vetreserve aangemaakt, maar hier zijn ze snel doorheen.

Vogels hebben een snelle stofwisseling, en hebben elke dag voedsel nodig.

 

Wat u kunt doen voor de vogels:

 

De vogels die rond uw huis leven kunt u bijvoederen in uw tuin.

Zorg ervoor dat de voerplaats niet bereikbaar is voor katten, en dat het op een voor de vogels overzichtelijke plaats is.

Vogels eten graag noten en pinda's, broodkruimels, strooizaad, fruit, etc.

Geef geen voedsel waar zout in zit, en ook geen margarine, dat werkt laxerend.

Bij de Fûgelhelling kunt u terecht voor het kopen van allerhande wintervoedsel pakketten voor vogels, en ook bij veel winkels kunt u wintervoer kopen.

Om de vogels te laten drinken kunt u regelmatig wat water neerzetten, maar pas op dat de vogels niet in het drinkwater kunnen baden, dit kan bevriezing van de vogel tot gevolg hebben.

U kunt dit bijvoorbeeld voorkomen door wat gaas over het drinkbakje te spannen.

 

Wanneer u eenden en andere watervogels voert, gooit u het voer dan niet in het water, maar langs de oever, welke u indien nodig eerst sneeuwvrij kunt maken.

Geef liever geen wit brood, maar bruin brood en/of gemengde granen.

Voer per keer niet meer dan wat de vogels in 1 keer op kunnen, om bederving van voedsel te voorkomen.

Reigers blijven vaak op dezelfde plaats op vis jagen, ook wanneer hun vis plek dichtgevroren is.

U kunt een wak voor ze slaan (let daarbij wel op uw eigen veiligheid!), of regelmatig rauwe vis neerleggen op de plek waar de reiger vaak zit.

Wanneer u een foerageergebied van een ijsvogel kent, helpt u deze vogel ook door een wak voor hem te slaan, ijsvogels leven van vis.

Wanneer u een dier aantreft welke vastgevroren zit in ijs, probeer dan niet de vogel los te trekken, maar probeer hem met een stukje van het ijs waarin hij vast zit voorzichtig los te maken.

wees met bepaalde vogels voorzichtig, een reiger bijvoorbeeld zal proberen te pikken.

bij twijfel belt u bij voorkeur eerst met de Fûgelhelling of de dierenambulance.

 

Bepaalde watervogels blijken steeds vaker op autowegen te gaan zitten, omdat alle overige ruimte bedekt is met sneeuw waarin ze wegzakken.

U zou een stukje gras langs de vijver of sloot sneeuwvrij kunnen maken, en/of er stro op kunnen neerleggen, zodat de vogels daar kunnen rusten.

Zwanen kunt u bijvoeren met geweekt brood, lucernegras, en geweekte granen.

U kunt dit in emmers aanbieden, (emmers met het voer erin, en dan vullen met water) door de emmers bij ze in de buurt neer te zetten, en dagelijks te verversen.

 

Kerkuilen kunnen nu moeilijk prooidieren vinden, en hebben weinig vetreserve.

Wanneer u een verzwakte kerkuil aantreft kunt u bellen met de Fûgelhelling of de Werkgroep Kerkuilen Friesland, zodat we deze vogel kunnen helpen.

Veel roofvogels zitten nu nog meer dan anders langs de kanten van de wegen, om daar aangereden dieren te eten, past u dus op en matig uw snelheid wanneer u iets ziet bewegen langs de weg.

 

Reeën redden zich over het algemeen goed, ook nu er sneeuw ligt.

Mocht u een ree aantreffen waarvan u denkt dat hij hulp nodig heeft, belt u dan naar de Fûgelhelling, voordat u de ree aanraakt of uit zijn natuurlijke omgeving haalt.

Reeën zijn zeer stressvolle en schuwe dieren, voor wie het van groot belang is dat ze als het even kan in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven.

 

Mocht u nu nog een egel tegenkomen, die dus niet in winterslaap blijkt te zijn, dan kunt u deze (royaal) voeren met kattenbrokjes, pindakaas en/of katten blikvoer.

Geef hem water te drinken, in geen geval melk.

Maak of koop als u daartoe de mogelijkheid heeft een egelhuisje waarin de egel zijn winterslaap kan gaan houden.

Haal een egel niet naar binnen, plaats het egelhuisje op een beschutte plek in uw tuin.

Als bodembedekking kunt u kranten en hooi of stro gebruiken.

Wanneer u zich zorgen maakt om de egel, belt u dan met de Fûgelhelling of dierenambulance.

Indien mogelijk kunt u de egel van tevoren wegen, en controleren op teken, zodat u deze gegevens door kunt geven wanneer u belt.

 

 

 

 

 
Advertisement