Vrijwilligster Baukje verloor haar hart aan jonge vogeltjes en egels
‘Ik besloot dat ik wel één ochtendje mee kon helpen’

Eigenlijk kwam ze alleen haar dochter afzetten. Maar ze bleef meteen om jonge vogels te voeren. Inmiddels werkt Baukje Kiezer-Maat al weer twee jaar als vrijwilliger bij de Fûgelhelling. “Jonge vinkjes bewegen heen en weer met hun kopjes. Ik dacht: wat is er mis met die vogeltjes?”
“Mijn dochter Ilse had hier stagegelopen en bleef als Voederouder betrokken bij de opvang. Ik hoorde dat het erg druk was en besloot even te helpen. Dat bleek zo leuk dat ik de hele zomerperiode met Ilse meeging.” Baukje is verpleegkundige van beroep en is wel wat gewend. Toch was het wennen. “Bij die hele kleintjes is het voeren met een pincet best een priegelwerkje. En er zitten meerdere jongen in de nestjes (zie foto) en mandjes. Het was in het begin best een klus om te onthouden en te zien wie wat gehad had. En je hebt natuurlijk ook vogeltjes die niet goed willen eten. Gaandeweg kreeg ik er steeds meer handigheid in.”
Gierzwaluwen
Die routine helpt. “In onze Kreamkeamer heb je een rij verblijven aan de linkermuur en eentje aan de rechtermuur. Je pakt elk een kant. Mijn dochter vindt het erg leuk om gierzwaluwen te voeden. Daar was ik blij mee, want dat vind ik niet zo geslaagd.” Gierzwaluwen zijn niet gewend om vanaf de grond te eten, zij verblijven het grootste deel van hun leven in de lucht. Daarom helpen dierverzorgers ze met eten door de insecten dieper in hun snavels te stoppen, zodat ze alleen nog maar hoeven te slikken. Maar niet alle gierzwaluwen doen hun snavel zelf open… Dat vraagt enige tactiek, techniek en geduld.

Kale roze vogeltjes
Tijdens het hoogseizoen komen er een paar duizend jonge vogels binnen. Variërend van musjes en meesjes tot gaaien, kraaien en uilen. “Ik vind roodborstjes altijd heel mooi”, vertelt Baukje. “Maar eigenlijk vind ik alle babyvogeltjes schattig. Soms zijn ze nog zo klein, dat ze nog roze en kaal zijn. Dan denk ik echt: wat moet dít in hemelsnaam worden.” Toen ze voor het eerst jonge vinkjes voerde, krapte ze zich even achter de oren. “Ze bewegen hun kop van links naar rechts als ze eten zien. De eerste keer vroeg ik me af wat er mis met ze was.”
Fluitende egels
De jonge vogels stalen haar hart, want na de zomerperiode besloot Baukje te blijven. Terwijl haar dochter stopte vanwege school. “Na de zomer begint de drukke egelperiode. Natuurlijk was dat eerst weer even wennen, want het zijn heel andere dieren. Maar ik vind het geweldig om met ze te werken. Ik geef baby-egels de fles en maak verblijven schoon. Zo leerde ik er heel wat bij. Wist je bijvoorbeeld dat jonge egels fluiten als ze honger hebben? En het was mij ook onbekend dat ze, net als jonge eekhoorns, gestimuleerd moeten worden om te poepen en te plassen. Daarnaast zijn het ontzettende rommelkonten. Je weet nooit hoe lang hun verblijf netjes blijft. Heb je schoongemaakt, er nieuwe kranten en een slaapzakje ingedaan en dan kom je een half uur later terug en ligt alles over de kop en vind je overal poep. Ik vind ze echt heel leuk. Ze hebben ook duidelijk een eigen karakter. De één is altijd boos en probeert je te bijten, de ander is rustig en komt zijn slaapzakje niet uit of begint gewoon rustig te eten. Mijn motivatie zit hem er op vooral in dat ze uiteindelijk weer vrij kunnen. Daar doe ik het voor.”

Een nestje
Haar mooiste ervaring? Die was heel bijzonder. De volwassen egels zitten in buitenverblijven. Op een dag deed ik één van de hokjes open en vond ik een hoopje kleine, roze lijfjes met witte puntjes (stekels): een nestje. We wisten niet dat het vrouwtje zwanger was en ze was dus bevallen. Echt prachtig om te zien.”
